Thaboristen of Vodden …..IN DE RIJ DER REDERIJKERSGILDEN

De rederijkerskamer van Sint-Petrus heeft door de eeuwen heen een toonaangevende rol gespeeld in de culturele ontplooiing van de stad Geraardsbergen.

Uit de stadsrekeningen van Geraardsbergen in de 15 de eeuw kunnen we opmaken, dat ook hier het vroegste toneel zich in het kader van de Kerkelijke eredienst ontwikkeld heeft en aanvankelijk door de geestelijkheid zelf werd opgevoerd. Later werd de rol van de priesters door leken overgenomen.

Naar het voorbeeld van andere steden, verenigden toneelgroepen zich in “Rederijkerskamers” onder leiding van een “prince”.

Op 18 november 1476 ontving de “Camere van der Rhetorycke Siente Pieter” haar oorkonde en parchemijnebrieven.

De rederijkers kozen op hun blazoen de gedaanteverandering van Christus op de berg Thabor, waardoor ze ook genoemd werden: ”de ghesellen van der gulden van Thabor” of kortweg thaboristen.

Hun kernspreuk werd Spiritus Ubi Vult Spirat of De Geest Waait Waar Hij Wil. De gilde kreeg de toelating om toneelstukken op te voeren en stapte ook mee in de “Ommegang” (Processie van Plaisance) en in 1613 verkreeg ze een lokaal in het stadhuis. Toen onze gewesten in 1795 bij de Franse Republiek werden ingelijfd, leek het einde nabij: alle gilden waaronder St.- Pieter werden afgeschaft. Toch werden er nog toneelvoorstellingen gehouden dankzij een list van de griffier van de Kamer F. De Gernier.

Hij liet de voorstellingen doorgaan in een zaaltje bij hem thuis, het huidige “Groen Kruiske” onder de benaming “Jonckheijd der prochi van Everbeke” en “De toneel-Konstbeieverende Borgers der Stad Geerardsberge”.

In 1801 werd de gilde heropgericht.

Na een moeilijke periode in de eerste helft van de 19 de eeuw werd op 21 februari 1853 in een statutaire vergadering, de gilde grondig heringericht onder de benaming”Maatschappij van Blijspelen” met kernspreuk “Vreugd en Deugd”. Een benaming die in de loop der jaren nog zou veranderen: “Maatschappij van Oud-Rhetorica St.-Pieter Vreugd en Deugd (1859), Katholieke Maatschappij Vreugd en Deugd (1900) en tenslotte Koninklijke Rederijkerskamer St.-Pieter Vreugd en Deugd”.

In de volksmond nog steeds de “Vodden”, wat afgeleid zou zijn van het Franse “vaudeville”.

In 1909 werd de Rederijkerskamer Koninklijk.

In de archieven van de Kamer bevinden zich o.a. een imposant ledenboek (1634) en resolutieboeken (1740) met daarnaast nog een vrij omvangrijke bibliotheek met toneelwerken waarvan de oudste uitgaven teruggaan tot het midden van de jaren 1700. In zijn huidige samenstelling brengt onze toneelvereniging een tweetal theaterproducties per seizoen.

De Prince